2026-08-10 Vakantie 2026: Week 13 dag 1 - Hongarije
Maandag 10 augustus 2026
Van het lijstje dat ik gekregen heb van de locals ga ik er vandaag drie aandoen. Google Maps of Waze, het maakt niet uit volgens mij welke routeplanner je neemt omdat ze allemaal verrassende routes uitzoeken, laat me een stuk binnendoor rijden over landweggetjes. Zo kan ik even meekijken naar het gezonde boeren bestaan. Persoonlijk denk ik dat een kolenmijnwerker uit het Limburgse minder kans op stoflongen heeft dan de boeren in de akkerbouw. Dus de achterste tractorbestuurder zal zijn maat wel dankbaar zijn.
Het eerste kasteel op de lijst was gesloten. Al was hij geopend, ik had hem toch niet betreden . Voor een rondleiding door de gebouwen wil ik nog wel eens iets neertellen maar om al geld te vragen voor iets dat je vanaf de buitenkant van de omheining niet kan zien wil ik niet.
Ik heb mijn ontbijtje vanmorgen overgeslagen om op een beter moment te wachten. Aan een riviertje met uitzicht op een bejaarde brug leek me een leuk plekje.
Om een idee te geven van een doorsnee straat in een dorpje met doorgaande weg.
Aan de rand van het stadje Tokaj, bij de Zoo, heb ik weer even mijn watertank kunnen vullen. Zo rondrijdend zie ik in veel dorpen van deze blauwe kranen om de paar huizen staan. Ik zie ook regelmatig mensen met acht liter bidons, water tanken. Dus de kans is groot dat drinkwater gratis is in Hongarije.
Tokaj ligt aan de rivier de Tisza. Het stadje is bekend vanwege zijn wijnen en ligt ingeklemd tussen de rivier en de wijngaarden van Tokaj-Hegyalja, die op de Werelderfgoedlijst staan.
Het stadje beoefend al wijnbouw sinds de 11e eeuw en was tot in de twintigste eeuw het centrum van de wijnhandel. Koning Lodewijk XIV van Frankrijk, de zonnekoning, zou de Tokaj Wijn "de wijn van de koning en de koning onder de wijnen genoemd hebben".
Het is dus niet verwonderlijk dat er in het stadje veel wijnproeverijen waren.
Ik heb nog even overwogen zo’n wijnproeverij binnen te stappen. Ik was eigenlijk best wel benieuwd of deze streek, die bekend staat om zijn zoete wijnen, ook een Pomerol variant heeft. Dat is meer mijn smaak. Minder zoet en heel vol.
Maar ik ben rijdende en weet hoe het gaat. Met proeven moet je uitspugen maar lekkere dingen slik je vaak toch weg. En niet dat het verkeer hectisch is, dat valt reusachtig mee, maar niet alle wegen zijn van goede kwaliteit. Dus laat ik op zeker spelen.
Dus ik heb me beperkt tot een beetje door het stadje te slenteren en hier en daar te kijken wat de wijnprijzen hier doen. Veel wijnen, zelf van 2018, zijn rond de 3000 Forint. Dat is 2,74 x 3 = 8,23 euro. Dat is geen geld voor een wijn van acht jaar oud.
Van Tokaj ben ik naar Tenerszem In de bergen buiten Sárospatak gereden. Tenerszem betekent zoveel als Zee-oog. Een Hongaarse geografische term voor een helder, vaak diepblauw of groenachtig bergmeer dat is ontstaan in een gletsjerkom of een voormalige steengroeve.
Of ik het aanvoelde, weet ik niet, maar ik heb bij het verlaten van de Ducato de wandelschoenen aangetrokken. En jawel, twee honderd meter verderop zag ik dit bord. Op zich zou het geen ramp zijn maar het geval wil dat om het bergmeer te bewonderen je 900 meter moet lopen. 900 meter is niet veel maar het gaat redelijk steil omhoog. En dat is voor mij een fysieke inspanning die mezelf tachtig jaar oud laat voelen.
Maar uiteindelijk is zo’n klim het wel waard. Het is best een mooi gezicht, al moet ik zeggen dat het kristalheldere water in de loop van de tijd wat troebeler geworden is dan de reclame doet geloven.
In de rots uitgehouwen spelonken zijn altijd spectaculair om binnen te gaan.
De route naar boven ging grotendeels door het bos. Dus gelukkig in de schaduw. Want zoals we inmiddels weten is het in Hongarije momenteel al weken heet als de dolle. Naar beneden waren er een aantal open stukken waar je van de vergezichten kan genieten.
Het laatste item van de dag was het Boldogkö kasteel. Een kasteel zoals een kasteel hoort te zijn. Geen protserige barok of wat al meer, maar gewoon ruw boven op een berg.
Een tweeëntwintig kilometer verderop vond ik een mooi plekje aan de rivier de Homad.
lekker in de schaduw. Want naast water is schaduw inmiddels een basisbehoefte geworden.
Reacties
Een reactie posten